Ketting

Ketting van de motor 
Motorkettingen moet je goed onderhouden. Dat levert een langere levensduur op en brengt meer motorvermogen over. 

Het onderhoud van de aandrijfketting is prima te doen, maar wel een klus met vieze handen. De ketting moet elke dag de enorme koppels aankunnen en wordt voortdurend blootgesteld aan vocht en vuil. Kettingaandrijving is de meest eenvoudige manier om een motor aan te drijven. De kettingaandrijving is lichter en biedt een effectievere krachtoverbrenging dan de cardanaandrijving, is sterker dan de tandriem en dus technisch nog altijd bij de tijd. Met goed onderhoud gaat een ketting dubbel zo lang mee en zal ook meer motorvermogen op het achterwiel overbrengen.

Onderhoudsbeurt ketting
Zorg ervoor dat de ketting van de motor vrij toegankelijk is en dat het achterwiel vrij kan worden gedraaid. Wie een motor met middenbok heeft, heeft een duidelijk voordeel. Wie niet zo'n geluk heeft, pakt bijvoorbeeld een paddockstand. Voor het opvangen van vuil is het handig om een multifunctionele bak, desnoods een opvangmat of een groot stuk stevig karton onder de motor te plaatsen. Je beschermt je handen tijdens het kettingonderhoud het beste met werkhandschoenen.

Reiniging
Voordat je met de ketting aan de slag gaat, is het handig om af en toe een blik achter de rondselafdekking te werpen (kast waar voortandwiel in ronddraait). Hier hoopt zich vuil, zand en oud kettingvet op en vormt vettige, zwarte vetklonters. Als je deze niet verwijdert, loopt de schone ketting steeds weer door het opgehoopte vuil en wordt snel weer vies.
Dit moet je uiterlijk om de 5.000 km doen, afhankelijk van de vervuilingsgraad.

De rondselafdekking is doorgaans met meerdere schroeven bevestigd. Bij sommige motoren loopt de schakelstang door de afdekking heen. In dat geval moet dus eerst het schakelpedaal worden gedemonteerd. Markeer voor de demontage van de pedaal altijd diens positie op as, zodat je bij de latere montage de normale ergonomie weer kunt herstellen. Dit kun je met een stift of een centerpons doen. De aan de behuizing vastzittende vetklonters zijn extreem vettig. Zij kunnen met een schroevendraaier grof worden verwijderd. De resten kun je met een poetsdoek en ketting- en remmenreiniger weghalen.

Daarna kun je met de ketting aan de slag. Spuit de ketting in met kettingreiniger en borstel deze schoon. Gebruik hiervoor geen staalborstel, want anders raken de O-ringen tussen de kettingschakels beschadigd.

Na het poetsen moet je de ketting met een doek droogwrijven. Nu is zij klaar voor de smering.
Als alles schoon is, kun je ook de staat van de rondsels beoordelen, voordat de afdekking (en eventueel het schakelpedaal) weer wordt gemonteerd. De tanden mogen niet te puntig zijn. Dat is namelijk een teken voor de slijtagegrens. Ook aan het achterste kettingwiel zitten vaak vetklonters die makkelijk met een doek en reiniger kunnen worden verwijderd. Het kettingwiel mag eveneens geen puntige tanden hebben. Controleer of nog alle O-ringen van de ketting aanwezig zijn. Als er O-ringen ontbreken, moet de ketting worden vervangen. Als je de ketting achter meer dan 3 mm van het kettingwiel kunt optillen, is de ketting versleten.

Vervangen
Als de ketting te ver kan worden opgetild, is zij versleten. Reparaties of iets dergelijks zijn niet mogelijk. Altijd vervangen.
Ook een ongelijk opgerekte ketting moet worden vervangen. Als je het wiel draait en in het midden van het onderste kettingdeel tegen de ketting duwt (of eraan trekt), moet de spanning overal gelijk zijn. Als de afwijking bij doorhangwaarde groter is dan 2 cm, is de ketting versleten. Ook kettingschakels die stijf zijn en vast zitten en ook met behulp van kettingreiniger en kettingvet niet meer gangbaar kunnen worden gemaakt, wijzen erop dat de ketting moet worden vernieuwd. Doorgaans is het zinvol om de complete kettingset te vernieuwen, want een nieuwe ketting zal op oude tandwielen niet lang meegaan.

Smering
Bij de smering van de motorketting moet nauwkeurig en gericht worden gewerkt, zodat het kettingvet niet onnodig op de vloer, de achterbrug of zelfs op de banden terechtkomt. Let bij het opspuiten op de juiste spuitrichting en de intensiteit van de straal. Gebruik bij voorkeur een opzetstuk voor de spuitbus, zodat de onderdelen en de omgeving rond de ketting niet door kettingvet worden geraakt. Spuit de kettingspray dun op de ketting, totdat de ketting helemaal is gevet.
Je kunt bij kettingspray kiezen tussen producten op vetbasis en producten op PTFE-basis ("droge kettingsprays"). Beide typen hebben voor- en nadelen:

Vethoudende sprays
Vethoudende sprays beschikken over een goed smerend vermogen, blijven lang zitten, bieden corrosiebescherming, dempen het afrolgeluid van de ketting en zijn goed zichtbaar. Zo kan de smering van de ketting altijd in één oogopslag worden beoordeeld. Helaas verontreinigen vethoudende sprays echter ook velg en achterbrug, resten hopen zich achter de rondselafdekking en bij de kettingbeschermer op. Ook vuil en zand hechten makkelijk aan de ketting en bevorderen op die manier de slijtage. Je dient de ketting om de 800 – 1.000 km te smeren. Ideaal voor onderweg is de meeneembus die kan worden hervuld en dankzij de compacte afmetingen makkelijk kan worden meegenomen.

Droge kettingsprays
"Droge" kettingsprays worden in mindere mate weggeslingerd en dragen zo bij aan een schone motor. Gekleurde kettingen blijven bont, de velg wordt niet zo snel vies en achter de rondselafdekking hopen zich geen vetklonters op. Ook zand en vuil kunnen zich niet aan de ketting hechten. Door regen wordt de spray wel sneller weggespoeld. Je moet de ketting dus vaker inspuiten. Uiterlijk om de 500 km moet je de ketting weer met de droge kettingspray behandelen. Na een rit door de regen s dat meteen nodig. De corrosiebescherming is in vergelijking met vet minder goed en het afrolgeluid van de ketting is iets beter hoorbaar. Voorwaarde voor de overstap naar een droge kettingspray is een volledig ontvette, gereinigde ketting.

Smeersysteem
Praktischer dan het regelmatige smeren van de ketting met sprays is het gebruik van een smeersysteem. Deze systemen smeren de ketting automatisch met een speciale olie. De olie wordt door het oliereservoir perfect gedoseerd via een toevoerslang rechtstreeks naar de ketting geleid. Hier verdeelt de olie zich tijdens de rit gelijkmatig. In tegenstelling tot kettingspray wordt deze olie niet hard en laat geen vetresten achter. Als het kettingsmeersysteem goed is ingesteld, wordt de velg bijna niet vies en kan makkelijk worden gereinigd.

Kettingspanning controleren
Om de slijtage tot een minimum te beperken, moet de ketting niet alleen regelmatig worden gereinigd en gesmeerd, maar is ook de juiste kettingspanning van doorslaggevend belang. De exacte specificaties staan in de originele bedieningshandleiding van de motor vermeld. Als je deze niet meer hebt, kun je het volgende doen:

a) Als eerste bepaal je de meest strakke plek van de motorketting door het achterwiel met de hand te draaien.
b) Voorkom dat je ketting te strak gespannen staat. Daarna wordt de motor met beide wielen op de grond zo belast zoals hij ook tijdens het rijden worden gebruikt: als een vakantiereis op de planning staat of als je regelmatig met belading rijdt, moet de motor dus naast de bestuurder met een bijrijder en eventuele bagage worden belast om realistische omstandigheden na te bootsen.
c) De ketting mag bij een dergelijke belasting in het midden van het onderste kettingdeel alleen nog 2 – 3 cm doorhangen. Deze test kan het beste met z'n tweeën worden uitgevoerd.
d) Bij een afwijkende doorhangwaarde moet de kettingspanning worden gecorrigeerd.

Ketting aanhalen
Voor het spannen van de ketting moet de achterasmoer worden losgedraaid. Bij trommelremmen en bepaalde schijfremmen achter moet ook nog de koppelsteun worden losgemaakt.
Door het indraaien van de schroeven of moeren bij de kettingspanner, kan het achterwiel naar achteren worden getrokken en spant de ketting zich. Als de schroeven worden losgedraaid, kan het wiel naar voren worden geduwd en komt de ketting losser te zitten. De schroeven van de spanners moeten aan beide kanten van de achterbrug met hetzelfde aantal omwentelingen worden gedraaid, bij voorkeur in ¼-stappen, zodat de ketting recht loopt (op één lijn staat). Let hierbij op de markeringen op de achterbrug, zodat deze aan beide kanten hetzelfde zijn uitgelijnd.

Instellen kettingspanner 
Na het instellen van de kettingspanners wordt de asmoer met het aangegeven koppel aangetrokken en wordt de kettingdoorhang opnieuw gecontroleerd. Als de spanning bij het aantrekken van de as is veranderd, mag je niet je geduld verliezen. Soms duurt het even, voordat de exacte spanning is bereikt.

zondag maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag January February March April May June July August September October November December
Contactformulier